sluiten

Zes oefentips op de driving range

don 13 februari
adverteer hier

De driving range is een noodzakelijk kwaad wil je je golfniveau omhoog krikken. Zomaar “ballen slaan” helpt wel niet. Daarom deze vijf tips.

1. Jaag je niet op wanneer je eerste vijf tot tien oefenballen niet doen wat je zou willen. Beschouw dat als een noodzakelijke warming up. Louter kwestie je body in golfmodus te krijgen.

2. Zorg meteen voor je juiste oplijning. “Alignment sticks” kunnen je daarmee helpen.

3. Wissel van club. Te veel ballen met hetzelfde ijzer of wood slaan, zorgt voor “muscle memory”. Wissel daarom af. Alle clubs hoeven niet meteen. Gebruik bijvoorbeeld de ene dag op de driving range de even en de andere dag de oneven clubs. Mijdt ook je “favoriete” club veel te gebruiken. Ga eerder voor je… “haat” clubs.

4. Ga uitdagingen aan. Mik naar bepaalde doelen of oefen bepaalde balvluchten. Beeld je ook een smalle fairway of een green in en tracht daar tien opeenvolgende ballen op te slaan.

5. Probeer niet als een machinegeweer ballen te slaan. Neem je tijd. Ga bijvoorbeeld na een reeksje van vijf ballen even mediteren wat er niet goed en uiteraard goed gegaan is.

6. Je hebt een paar mandjes ballen geslagen en er blijft nog één bal over… die je slicet. Laat je niet overmeesteren door dat “last ball syndrome”. Denk aan de andere wel geslaagde ballen.


Terug naar boven